Erfgenaam heeft geen volledige toegang tot Facebookaccount van overledene (JBN 2025/11)
28-02-2025 | Categorie: Literatuur
Mr. H.A. Paul
Rechtbank Amsterdam heeft geoordeeld dat de eiser als erfgenaam geen recht heeft op een volledige toegang tot het Facebookaccount van zijn vrouw vanwege het hoogstpersoonlijke karakter van de overeenkomst. Het recht op toegang tot het Facebookaccount is op zichzelf wel op de eiser overgegaan. Hierbij neemt de rechtbank in overweging dat Facebookaccounts te onderscheiden zijn van e-mails en fysieke communicatie vanwege de persoonlijkere aard van de dienstverlening.
In de (rechts)literatuur en de rechtspraktijk worden erflaters aangemoedigd om de wachtwoorden van hun digitale accounts te delen met hun erfgenamen om zo te voorkomen dat hun erfgenamen na hun overlijden niet kunnen inloggen. De onderhavige uitspraak laat echter zien dat hiermee niet per definitie problemen worden voorkomen. Heb je als erfgenaam de inloggegevens gekregen, maar is een actieve Facebookvriend je voor en wordt het account in herdenkingsstatus geplaatst of verwijderd, dan sta je alsnog met lege handen. Het zal voor erfgenamen niet hoog op het prioriteitenlijstje staan om gelijk na het overlijden in te loggen op de digitale accounts van de erflater om de gegevens daaruit veilig te stellen. Resteert dus de vraag of erfgenamen aanspraak kunnen maken op de (inhoud van) digitale accounts van de erflater doordat deze digitale accounts in de nalatenschap zijn gevallen.
De vraag rijst wat het verschil is tussen een e-mailaccount en Facebookaccount waardoor de overeenkomst met betrekking tot een e-mailaccount geen hoogstpersoonlijk recht is en de overeenkomst met betrekking tot een Facebookaccount wel. Immers, beide accounts worden beveiligd met een wachtwoord. En in beide gevallen zal de erflater bij het verzenden van de berichten geen rekening houden met de mogelijkheid dat de berichten na zijn dood gelezen worden door zijn erfgenamen. Maar wat zijn hoogstpersoonlijke rechten? Staat de eer en de goede naam op het spel, dan is snel sprake van een hoogstpersoonlijk recht. Het gevolg van de kwalificatie als hoogstpersoonlijk recht is dat het recht zo nauw aan een persoon is verbonden, dat het enkel aan de rechthebbende kan toekomen en de rechthebbende de enige is die kan beslissen of hij gebruik zal maken van het recht. Wetgeving over digitale accounts blijft noodzakelijk om zowel rechtszekerheid te geven voor de erfgenamen als de privacybelangen van derden te (blijven) waarborgen.
Wanneer u een abonnement heeft op SDU Opmaat, dan kunt u middels de link het complete artikel raadplegen: artikel JBN 2025/11.
Naar literatuur overzicht