Mediation is vrijwillig, maar niet altijd vrijblijvend (JBN 2024/53)
17-01-2025 | Categorie: Literatuur
Prof. mr. A.W. Jongbloed
Een recente uitspraak van de Hoge Raad inzake mediation is een interessante beslissing die voor de notariële praktijk perspectieven biedt. Onder omstandigheden kan een mediationclausule worden afgedwongen. Of dat het geval is en of een partij vervolgens een mediation mag beëindigen, hangt af van de omstandigheden van het geval. Van belang kan zijn of de clausule al dan niet in een zakelijke overeenkomst is opgenomen. Ook kan een rol spelen hoe een partij een dergelijke clausule heeft opgevat. Niet langer is het uitgesloten dat een mediationclausule afdwingbaar is.
In huwelijkse voorwaarden en samenlevingscontracten komen nogal eens mediationclausules voor. De vraag was steeds of dergelijke clausules afdwingbaar zijn. Anders gezegd: moet een partij die heeft ingestemd met een mediationclausule meewerken aan mediation? Veelal werd er daarbij op gewezen dat bij mediation vrijwilligheid voorop staat. Daar tegenover werd aangevoerd dat afspraken binden en dat een partij daarom niet op voorhand een mediationgesprek mocht afwijzen. Hoge Raad heeft beslist dat een mediationclausule partijen kan verplichten mediation te beproeven voordat zij in rechte (of in arbitrage) een procedure aanhangig maken. Of sprake is van een verplichtend karakter moet de rechter via de Haviltex-methodiek onderzoeken. Hetzelfde geldt voor de vraag of en wanneer een partij haar medewerking aan het mediationtraject mag beëindigen. In ieder geval geldt dat een mediationclausule niet mag worden toegepast als die toepassing tot gevolg zou hebben dat het recht van partijen op toegang tot de rechter op onaanvaardbare wijze zou worden aangetast.
Wanneer u een abonnement heeft op SDU Opmaat, dan kunt u middels de link het complete artikel raadplegen: artikel JBN 2024/53.
Naar literatuur overzicht