Tweetrapsmaking en de BOR (WPNR 2024/7451)
01-04-2024 | Categorie: Literatuur
Mr. M.M.J. Schuurman-van Nifterik en mr. J.J.J.M. Sturme
De toekomst van de bedrijfsopvolgingsregelingen in de Successiewet en Wet inkomstenbelasting 2001 houdt al enige tijd menig adviseur van het familiebedrijf in de greep. Een van de aanbevelingen die uit diverse adviezen en onderzoeken volgt, is dat de bezits-en voortzettingseis in de bedrijfsopvolgingsregeling in de SW (BOR) moeten worden versoepeld. Een van de knelpunten die hierin naar de mening van de auteurs moeten worden meegenomen is de invulling van de bezits- en voortzettingstermijn, indien ondernemingsvermogen overgaat naar een volgende generatie op grond van een making onder een ontbindende voorwaarde en een daarbij aansluitende making onder opschortende voorwaarde. Een tweetrapsbepaling is een instrument dat ingezet kan worden om ook na de schenking of vererving van – in dit verband – ondernemingsvermogen de gewenste grip te houden op de geschonken of nagelaten onderneming zodat de eigendom van de onderneming (vaak) binnen de familie blijft.
Op dit moment lopen de BOR en de werking van de tweetrapsbepaling niet in de pas. Met de aankomende aanpassingen van de BOR, is dit een goed moment om de aandacht hierop (nogmaals) te vestigen. Tweetrapsbepalingen houden weliswaar de grip op de geschonken of nagelaten onderneming, maar verliezen soms de grip op de uitwerking van de BOR. In dit artikel gaan de auteurs in op de knelpunten die zij hierbij signaleren. De vererving of schenking van aanmerkelijkbelangaandelen in een vennootschap die een onderneming drijft, staat hierbij centraal. Ze behandelen achtereenvolgens; de algemene werking van de BOR, de civiele aspecten van een tweetrapsbepaling, de tweetrapsbepaling in de SW. Na deze technische uiteenzetting, tonen de auteurs vervolgens aan de hand van diverse voorbeelden aan waar de bezits- en voortzettingseis uit de pas lopen of eventueel zelfs kunnen leiden tot oneigenlijk gebruik bij een overgang krachtens een tweetrapsbepaling. Ze sluiten het artikel af met een conclusie en aanbeveling.
Een ondernemer kiest wegens uiteenlopende redenen om een dergelijke bepaling aan een schenking of verkrijging krachtens erfrecht van ondernemingsvermogen te koppelen. Continuïteit van de onderneming is echter wel altijd een van die redenen. Het is daarom van belang dat de tweetrapsmaking grip krijgt op de BOR, zodat de heffing van schenk- of erfbelasting geen belemmering vormt bij toekomstige bedrijfsopvolgingen en de continuïteit van het familiebedrijf over meerdere generaties ook echt gewaarborgd blijft. In het aangekondigde onderzoek naar de bezits- en voortzettingseis moet de positie van de bezwaarde in beeld worden gebracht en bij de invulling van de nieuwe vereisten een plek krijgen. Dan krijgt de tweetrapmaking pas echt de gewenste grip op het bezit van ondernemingsvermogen.
Wanneer u een abonnement heeft op SDU Opmaat, dan kunt u middels de link het complete artikel raadplegen: artikel WPNR 2024/7451.
Naar literatuur overzicht