HR 21 maart 2025, ECLI:NL:HR:2025:437
26-03-2025 | Categorie: Jurisprudentie
Is een verdelings- en overnamebeding in een vof-akte een gift?
Met het begrip bedrijfsopvolgingsrechtspraak wordt gedoeld op de rechtspraak van de Hoge Raad over agrarische bedrijfsopvolging, die inhoudt dat de eisen van redelijkheid en billijkheid, die de rechtsbetrekkingen tussen deelgenoten in een gemeenschap beheersen, in het algemeen in de weg staan aan een waardering die voorzetting van een (nog juist lonend) bedrijf onmogelijk maakt, en dat hieruit voortvloeit dat in het algemeen sprake zal zijn van nakoming van een verplichting – en niet van de bedoeling tot bevoordeling die is vereist voor het aannemen van een schenking – voor zover waardering op een lagere waarde dan de economische waarde noodzakelijk is om de voortgezette bedrijfsuitoefening te verzekeren.
Bij de beantwoording van de vraag of de bedrijfsopvolgingsrechtspraak in dit geval relevant is, kon het hof niet ongemotiveerd voorbijgaan aan het betoog van de bedrijfsopvolger, dat erop neerkomt dat de verpachting en het verdelings- en overnamebeding in de vof-akte moeten worden begrepen tegen de achtergrond van de eerdere gezamenlijke bedrijfsvoering. De kennelijke opvatting van het hof dat het bestaan van een vennootschap onder firma tussen partijen, pacht tussen diezelfde partijen uitsluit, is onjuist. Indien de ene partij in een maatschap of een vof de grond inbrengt en de andere partij de grond bewerkt, kan daarin een pachtovereenkomst besloten liggen, mede vanwege het dwingendrechtelijke karakter van het pachtrecht. Als het hof niet is uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting, is zijn oordeel zonder nadere motivering onbegrijpelijk. De Hoge Raad vernietigt het arrest van Hof Den Haag en verwijst het geding naar Hof Amsterdam ter verdere behandeling en beslissing.
Meer informatie:
Naar jurisprudentie overzicht