Hof Arnhem-Leeuwarden 25 januari 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:534
01-06-2022 | Categorie: Jurisprudentie
Uitleg van termijn in testament van legaat van aandelen: making verviel door niet-tijdige levering
Erflater heeft in zijn testament onder meer ten laste van zijn dochter aandelen in een BV gelegateerd aan zijn zoon tegen de waarde in het economische verkeer. Erflater heeft in zijn testament ten aanzien van de levering van deze aandelen een termijn opgenomen van zes maanden na zijn overlijden. Indien die termijn wordt overschreden en de aandelen 'niet tijdig' eigendom zijn geworden van de zoon, bepaalt het testament dat de rechten van de dochter en haar afstammelingen (zowel erfstelling als legaat) die zij uit het testament ontlenen, vervallen.
Zoon en dochter zijn het niet eens over de vaststelling van de waarde in het economisch verkeer van de aandelen, waardoor de genoemde termijn in het testament is overschreden. In geschil is of de rechten van de dochter en haar afstammelingen als gevolg van de overschrijding van de termijn tot levering zijn vervallen.
Het hof overweegt dat het in deze zaak gaat om de vraag wat de passage 'niet tijdig' in het testament betekent. Het hof leidt uit het testament van erflater af welke verhoudingen hij daarmee kennelijk wilde regelen. Erflater heeft met het sublegaat kennelijk willen bewerkstelligen dat de zoon na zijn overlijden de enige aandeelhouder in de BV zou worden en dat de dochter geen aandelen meer zou houden. Daarbij past veel meer een strakke termijn van zes maanden na zijn overlijden dan een zachte en onzekere termijn die pas verstrijkt als de waarde van de aandelen is vastgesteld. De erflater heeft bij het maken van het legaat en de bepaling over de niet-tijdigheid kennelijk voor ogen gestaan dat de regeling in de statuten over de vaststelling van de waarde praktisch uitvoerbaar is binnen zes maanden na zijn overlijden. Het testament biedt onvoldoende aanknopingspunten voor de uitleg van de dochter die erop neerkomt dat tijdige levering pas mogelijk is als de waarde van de aandelen is vastgesteld en dat geen sprake is van ‘niet tijdig’ zolang de waarde van de aandelen niet is vastgesteld.
Meer informatie:
Naar jurisprudentie overzicht